Een aantal bewoners heeft het initiatief genomen voor het opzetten van een duurzaam programma, namelijk het realiseren en exploiteren van een coöperatief (niet-commercieel) nieuw warmte/koude energiesysteem voor het blok Leidsekade/Marnixstraat gevoed met duurzame, niet-fossiele bronnen, inclusief opslag en (collectief) net.

Zo’n programma wordt in vier fasen uitgevoerd:

  • Verkenningsfase
  • Haalbaarheidsfase
  • Ontwerp
  • Implementatie

Februari 2024 is de verkenningsfase begonnen en deze wordt naar verwachting in juni 2024 afgesloten met een bewonersbijeenkomst.


  • Bewonerspresentatie in het Claverhuis

    Bewonerspresentatie in het Claverhuis

    Op 24 juni 2024 is het dan eindelijk zover: de eerste bewonersbijeenkomst waarvoor iedereen in de buurt al dan niet mondeling is uitgenodigd. We zijn te gast in het mooie Claverhuis aan de Elandsgracht die ons voorzien van een ruimte, koffie, thee en een joekel van een TV scherm waarop de presentaties voor de bewoners wordt weergegeven.  Ook de gemeente Amsterdam, het AMS-Institute en uiteraard de Warmte Transitiemakers zijn aanwezig. De bijeenkomst wordt integraal opgenomen, met dank aan Hans Bongers en het resultaat is terug te vinden op YouTube. Uiteindelijk wordt de bijeenkomst niet heel druk bezocht, maar het leidt wel tot een levendige discussie naar aanleiding van de presentaties.

    Kortheidshalve verwijzen we naar YouTube en de individuele presentaties van onze eigen Coöperatieve Vereniging Starwarm, Gemeente Amsterdam/AMS en DWTM.

    Het is duidelijk dat de gemeente nog worstelt met de aanpak van het Centrum van Amsterdam. Het is een gebied dat veel warmte uitstoot terwijl de maatregelen moeilijk zijn vanwege de grote diversiteit aan woningen, bedrijven (winkels), het gebrek aan ruimte, regelgeving etc. In die zin is ons initiatief interessant, ook voor de gemeente, om de mogelijkheden in kaart te brengen. Een welkome mededeling is dat Paul Wallerbos, namens de gemeente, aangeeft dat de regelgeving zal worden versoepeld, zonder dat het regelvrij wordt.

    Als bewoners kunnen we hiervan profiteren door met de gemeente uit te zoeken waar de grens ligt van de de te versoepelen regelgeving ligt.

    Omdat uit het onderzoek van DWTM geen conclusie kan worden getrokken ten aanzien van de meest kansrijke opties qua techniek of de andere afwegingscriteria, zou een verder gaande studie van belang kunnen zijn voor alle bewoners. De optie ‘niets doen en afwachten’ leidt in alle gevallen tot een moment waarop Amsterdam zelf gaat bepalen hoe de energietransitie in het centrum vorm gaat krijgen. Daarbij worden we dan zeer waarschijnlijk geconfronteerd met maatregelen waarover we zelf weinig weinig tot geen zeggenschap hebben. Omdat we nu een structuur hebben (Coöperatieve Vereniging Starwarm U.A.) en de steun van de gemeente kunnen we meer invloed uitoefenen op de invulling van de energietransitie in onze eigen buurt. Dit is een taai proces omdat het voor alle betrokkenen een leerproces is. In dit leerproces kunne we wel profiteren van andere initiatieven die al wat verder zijn (bijvoorbeeld het WG terrein) en het feit dat we nu lid zijn van de koepel ‘Energie Samen‘.

    Niettemin is er ook op korte termijn voor de individuele bewoners voordeel te behalen als we bijvoorbeeld collectief leveranciers benaderen die de mogelijkheid krijgen om op appartementsniveau afspraken te maken. Dit is ook voor de leveranciers interessanter vergeleken met de individuele aanpak. Hierbij valt te denken aan isolatie maatregelen, ventilatie, maar ook bijvoorbeeld zonne- of PVT panelen.

    Conclusie: het DWTM onderzoek heeft niet het duidelijke beeld opgeleverd waarop we hadden gehoopt, maar er zijn voldoende aanknopingspunten om zowel op korte als langere termijn onze buurt voor te bereiden op de veranderingen die ons staan te wachten.

    Na de vakantiemaanden juli en augustus gaan we hier op door en hopen meer bewoners bij het initiatief te kunnen betrekken.

  • Eindpresentaties

    Eindpresentaties

    Op 23 mei 2024 zijn we te gast bij de gemeente Amsterdam in het stadhuis. Paul Wallerbos is de gastheer en we krijgen presentaties te zien van zowel DWTM als van het AMS-Institute.

    DWTM borduurt voort op de presentatie die in april is gegeven, waarbij vooral meer aandacht is gegeven aan het zogenaamde afwegingskader. De keuze voor de ene of de andere verwarmingstechniek zou niet alleen op economische gronden moeten worden genomen maar ook duurzaamheid/milieu, technologie en sociale aspecten spelen een rol. Bij het laatste kan je bijvoorbeeld denken aan ontzorging van de bewoners, zeggenschap van de bewoners of zoiets als impact op de woning zelf.

    Ook nu is het afwegingskader afgezet tegen de 4 onderzochte technische opties:

    • Collectieve oplossing die gebruik maakt van warmte uit het oppervlakte water
    • Collectieve warmtepomp die zijn energie uit de lucht haalt
    • Individuele lucht-water warmte pomp
    • Hybride warmtepomp met gasketel

    Ook hier geldt, net als bij de economische afwegingen, dat de verschillen tussen de varianten gering zijn. Telkens weer lijkt het dat of de collectieve oplossing met energie uit oppervlakte water, of de hybride individuele oplossing de meeste potentie heeft, al zijn de verschillen niet significant en zijn er in alle gevallen potentiële obstakels waarop nog geen antwoord is geformuleerd (bijvoorbeeld ruimte voor de collectieve oplossing of regelgeving – buitenunits – voor de individuele oplossing).

    De presentatie van DWTM is hier terug te vinden.

    Inkijkje bij het stadhuis

    AMS heeft een quickscan uitgevoerd naar het achteraf inbouwen (retrofitting) van maatregelen en het effect dat dit heeft op het verminderen van energie voor het verwarmen van verblijfsruimten. Hierbij gaat het met name om isolatie maatregelen aan het dak, de wanden, de vloeren, ramen en deuren, dichten van ‘lekken’ en ventilatie. Ze hebben dit afgezet tegen de verschillende woningtypes die je terugvindt in het plangebied. Ook is er een onderscheid gemaakt tussen maatregelen die zouden kunnen leiden tot zogenaamde Lage Temperatuur (LT) verwarming (het meest zuinig) of Midden Temperatuur (MT) verwarming (een afgifte temperatuur tot 70 graden). In dit laatste geval kunnen bijvoorbeeld bestaande radiatoren die nu op de CV zijn aangesloten bruikbaar blijven. In het eerste geval (LT) zijn veelal ander typen radiatoren/convectoren nodig of moet worden  overgegaan tot vloer/wand verwarming.

    Zonder dat er een kosten berekening is gemaakt is de conclusie dat in de woningen aan de Leidsekade/Marnixstraat bij de MT maatregelen een energiebesparing voor de ruimteverwarming mogelijk is van gemiddeld ca 44% en in het LT scenario van 58%. Als wordt ingezoomd op de verschillende woning archetypes kan voor de appartementsbewoners zelfs 47% resp. 67 % (LT) worden bespaard op de ruimte verwarming (of koeling).

    Ze geven wel aan dat de LT optie wellicht moeilijk te bereiken is gegeven de monumentale status van de panden en/of het feit dat het beschermd stadsgezicht is.

    Het lijkt in elk geval de moeite waard om collectief verder te onderzoeken wat er aan mogelijkheden liggen voor de individuele appartementen c.q. VvE’s.

    De woonboten zijn helaas niet meegenomen in deze quickscan daar ze niet in de archetypes van de energie modellen passen. 

    De presentatie van AMS is hier terug te vinden.

  • Tussentijds verslag DWTM

    Tussentijds verslag DWTM

    Op 9 april 2024 heeft het adviesbureau een eerste inkijkje gegeven in het tussenresultaat van hun verkenning. Deze heeft zich tot nu toe vooral toegespitst op een analyse met hun warmtetool van een viertal mogelijke technische oplossingen: TEO-WKO, Warmtenet met collectieve warmtepomp, Individuele all-electric warmtepomp en hybride warmtepomp.

    Er is een eerste financiële vergelijking gemaakt, om na te kunnen gaan of bepaalde alternatieven significant verschillen qua investeringen en operationele kosten. Hoewel dit nog niets zegt over de maandelijkse gebruikskosten, is wel gebleken dat over een periode van 30 jaar en gegeven het plangebied de kosten van de technische oplossingen (zowel collectief als individueel) vooralsnog niet veel van elkaar verschillen.

    De economische haalbaarheid is natuurlijk niet het enige criterium. Afwegingen die bijvoorbeeld meer te maken hebben met sociale aspecten (bijvoorbeeld de impact in en op de woning of het wooncomfort), maar ook andere aspecten (duurzaamheid, technologisch) worden meegenomen in de afweging.

    De hele presentatie is hier terug te vinden.

    Het eindrapport wordt naar verwachting op 23 mei 2024 opgeleverd.

    De presentatie voor de bewoners staat vooralsnog gepland op 24 juni 2024.

  • Energie labels in de buurt

    Energie labels in de buurt

    Niet alleen woningbouwverenigingen, maar ook particuliere en commerciële investeerders vallen onder de verplichting om uiterlijk in 2030 alle energielabels E, F en G voor woningen uitgefaseerd te hebben. Zonder energielabel D of beter, mogen de woningen vanaf 2030 niet meer verhuurd worden.

    Om naar energielabel D te gaan, ben je per pand een behoorlijke investering kwijt en als je toch gaat renoveren kan je beter meteen doorpakken naar energielabel A, dan ben je meteen voorbereid op de toekomst.

    Het Starwarm initiatief kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het energielabel. Het uitgangspunt is dat dit niet tot hogere energiekosten gaat leiden voor de bewoners en dat de benodigde investering door een Energie Service Company (ESCo) wordt opgebracht. Of dit reëel is wordt in de verschillende fasen uitgewerkt. In de huidige verkenningsfase wordt deze vraag nog niet of slechts bij benadering beantwoord.

  • Oprichtingsbijeenkomst

    Oprichtingsbijeenkomst

    Op 22 februari 2024 zijn de vertegenwoordigers van de bewoners, de gemeente Amsterdam en de adviesbureaus voor het eerst bij elkaar gekomen. Op 5 februari is de subsidie aanvraag goedgekeurd op basis van een projectaanpak die hier te downloaden is.

    We waren te gast bij het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Studies, waarvoor dank.

    De Warmte Transitie Makers is het bureau dat Starwarm gaat ondersteunen bij het uitwerken van de eerste stap: de verkenningsfase. Aleida Verheus (rechtsachter op de foto) en Stef Peters (aanwezig via het scherm) nemen daarin het voortouw.

    In een korte presentatie wordt de aanpak toegelicht. Het idee is de verkenningsfase in ongeveer 10 weken af te ronden en af te sluiten met een bewonersbijeenkomst. Mocht de verkenningsfase positief worden afgesloten, dan is de haalbaarheidsfase de daarop volgende stap. De haalbaarheidsfase is de opmaat tot het ontwerp, waarna, indien alles haalbaar blijft, de implementatie fase volgt. Een dergelijk programma zal zeker 4 jaar in beslag nemen.

    AMS kijkt in elk geval in deze verkenningsfase over de schouder mee, vooral om hun voornamelijk theoretische modellen te kunnen toetsen aan de realiteit. Op de foto is (links) Kyra Koning te zien terwijl Dr. Maeva Dang de foto heeft genomen. Ook kan AMS uiteraard aanvullende informatie aanleveren, zowel voor de bewoners als voor DWTM. De presentatie van AMS is hier te bekijken.

    Terug naar de foto. Naast Aleida is Paul Wallerbos, Duurzaamheidscoördinator Stadsdeel Centrum te onderscheiden, terwijl op de rug gekeken wordt van (rechts) Dries de Kater en Henri Vermeulen en (links) Hans Bongers als vertegenwoordigers van de bewoners.

    We gaan aan de slag!